Onderdelen die als letselschade te claimen zijn

Welke onkosten kunnen er worden vergoed?

Wanneer u met letselschade te maken heeft, kunnen er onverwachts kosten op u afkomen waar voorheen geen sprake van was. In veel gevallen kunnen deze kosten worden vergoed door middel van een gerechtelijke schadevergoeding.

Om hier een beeld van te vormen, volgen hieronder de meest voorkomende vormen van kosten die kunnen worden vergoed.

  • Verlies Aan Verdienvermogen (VAV)
  • Kosten huishoudelijke hulp
  • Kosten zelfredzaamheid
  • Ziektekosten (zoals verpleging en medicatie)
  • Kosten buitengerechtelijke bijstand
  • Smartengeld of immateriële schade smartengeld
  • Verlies van zelfwerkzaamheid
  • Aanpassingen aan woonomgeving, auto, etc.
  • Reis-, telefoon- en portokosten
  • Overige schadeposten
  • Wettelijke rente (ART. 6:119 BW) 
  • Economische kwetsbaarheid

Toelichtingen van kostenposten

Wilt u meer weten over een specifieke kostenpost? Hieronder vindt u een opsomming van beschrijvingen. Voor meer specifieke informatie, bijvoorbeeld over uw unieke situatie, kunt u gratis contact opnemen met onze letselschade-specialisten. Bel hiervoor naar 0800-2200220.

1) Verlies Aan Verdienvermogen (VAV)

Het gaat bij verlies aan verdienvermogen om het verlies van de capaciteit om arbeid te verrichten en daarmee inkomsten te verwerven. Het gaat hierbij niet uitsluitend om het werk dat de betrokkene ten tijde van het ongeval verrichtte, maar om het verdienvermogen in het algemeen. Het wordt als regel aangeduid met ‘verlies aan verdienvermogen’ of ‘verlies aan arbeidscapaciteit’. De term inkomstenderving is minder juist, omdat men ook inkomsten kan derven ondanks het verlies van het vermogen om te werken.

Het berekenen van deze schade is niet eenvoudig. Er zijn speciale rekenbureaus die een rekenrapport (actuariële berekening) kunnen opstellen – meestal in opdracht van een letselschadebureau of een letselschade-advocaat – waarin wordt berekend hoe hoog het verlies van verdienvermogen van het slachtoffer is. Er wordt daarbij o.a. rekening gehouden met verschillende factoren zoals sterftecorrectie, pensioen, recht op promotie en loonsverhoging. Ook de pensioenschade en een eventuele studievertraging van langer dan een jaar moeten worden meegewogen.

Nu veel rekenbureaus bij de berekening van het verlies aan verdienvermogen al rekening houden met zowel positieve factoren – zoals kans op promotie en loonsverhoging – als negatieve factoren – kans op eerder overlijden of faillissement van de werkgever -, is aan de eisen uit de jurisprudentie van de hoge raad in Vehof/Helvetia en van Sas/Interpolis al voldaan.

Aan het bewijs van het verlies aan verdienvermogen mogen volgens de jurisprudentie van de hoge raad niet al te hoge eisen worden gesteld, zoals bleek uit het arrest vehof/helvetia (hr 15-05-1998, nj 1998, 624). Daarna heeft de hoge raad in het arrest van sas/interpolis (hr 14-01-2000, nj 2000, 437) al beslist, dat deze in de toekomst te lijden schadepost moet worden berekend na afweging van de positieve en negatieve kansen.

 

2) Kosten huishoudelijke hulp

Door het letsel dat het slachtoffer heeft opgelopen, zal hij/zij wellicht hulp moeten inschakelen bij het verrichten van de huishoudelijke werkzaamheden.

De hoge raad heeft in het arrest Losser/Kruidhof (nj 1999, 564) (het arrest ‘Johanna Kruidhof’) besloten dat een slachtoffer ook vermogensschade lijdt, indien de voor hem of haar noodzakelijke hulpverlening niet wordt uitbesteed aan professionele hulpverleners maar aan familieleden. Hierbij zijn de aard van de omstandigheden beslissend. Van belang zijn: de hulpbehoevendheid van het slachtoffer, de wijze waarop familieleden hun vrije tijd hebben besteed aan het helpen van het slachtoffer, in hoeverre de beslissing om het slachtoffer te helpen redelijk was van de familieleden en de aannemelijkheid dat het slachtoffer professionele hulp tegen betaling had ingeschakeld als de familieleden niet in staat waren geweest om de vereiste hulp te bieden.

Uit het arrest van de hoge raad in de zaak Krüter-van de Pol/Wilton-Feijenoord (hr 06-06-2003, nj 2003, 504) blijkt dat de rechtsregel uit het eerdergenoemde arrest Losser/Kruidhof ook analoog van toepassing is op andere familieleden zoals een echtgenoot of echtgenote. De schadepost van huishoudelijke hulp komt dus niet alleen voor vergoeding in aanmerking als het letselschade-slachtoffer professionele (thuis)hulp heeft. Ook besliste de hoge raad op 5 december 2008 (ljn-nummer: be9998) dat het niet uitmaakt of de

professionele (thuis)hulp wel of geen kosten in rekening brengt of geen kosten in rekening kan brengen.

 

3) Kosten zelfredzaamheid

Hieronder vallen de hulp en ondersteuning voor persoonlijke verzorging zoals wassen, aankleden e.d. maar ook oppas, tijd besteed aan vervoer en ondersteuning van het slachtoffer


4) Ziektekosten (bijv. de kosten van verpleging en/of opname in ziekenhuis, hulpmiddelen, medicatie, behandelingen)

Door een ongeval kan het slachtoffer in een zieken- of verzorgingstehuis belanden of zal het slachtoffer verpleging nodig hebben. De kosten hiervan kunnen eveneens verhaald worden op de aansprakelijke partij.

 

5) Kosten buitengerechtelijke bijstand

Deze kosten komen op grond van art. 6:96 bw voor vergoeding in aanmerking ter compensatie van het slachtoffer. Het gaat dan om kosten die het slachtoffer heeft gemaakt om buitengerechtelijke vergoedingen van zijn letselschade te vorderen van de tegenpartij, waaronder de bepaling van aansprakelijkheid en het schadebedrag. Als het slachtoffer hiertoe een letselschadebureau of een letselschadeadvocaat heeft ingeschakeld, worden deze verhaald op de tegenpartij en zijn deze tot die tijd schade van het slachtoffer. Er gelden hierbij wel een tweetal voorwaarden: (1) het moet redelijk zijn dat de kosten zijn gemaakt (was het terecht dat het slachtoffer een bureau of advocaat inschakelde) en (2) de hoogte van de kosten moeten redelijk zijn. Dit wordt de ‘dubbele redelijkheidstoets’ genoemd en is eveneens gebaseerd op art. 6:96 bw.

Sinds het arrest Drenth van de hoge raad op 3 april 1987 (nj 1988, 275) is het mogelijk dat de buitengerechtelijke kosten worden verhaald op de veroorzaker van het ongeluk. Een rechtsoverweging uit dit arrest luidt: “Wie ten gevolge van een ander onrechtmatige schade lijdt, zal bij het vaststellen en begroten daarvan, alsmede bij zijn pogingen in der minne vergoeding te krijgen niet zelden behoefte hebben zich, gezien de moeilijke feiten en juridische vragen die zich daarbij kunnen voortdoen, door een of meer deskundigen te doen bijstaan, vooral als ook aan de zijde van de aansprakelijke deskundigen optreden. Voor zover de benadeelde in de gegeven omstandigheden redelijk handelde door zich van deskundige bijstand te voorzien, behoort de aansprakelijke de daaraan verbonden kosten, voor zover deze redelijk zijn, te dragen, want het is zijn onrechtmatige daad die tot het maken daarvan heeft geleid (…)”. Deze uitspraak was bijna 5 jaren vóór de invoering van het nieuw burgerlijk wetboek per 1 januari 1992 en liep toen al vooruit op art. 6:96 bw.

 

6) Smartengeld of immateriële schade smartengeld

Deze vorm van schade wordt gevorderd wegens gederfde levensvreugde en bij psychische schade zoals PTSS of een burn-out, onder de noemer van ‘aantasting in de persoon’. Indien een letselschade-traject lang duurt vanwege een niet-welwillende houding van de wederpartij, kan het smartengeld-bedrag hoger uitvallen. Doorgaans is de hoogte van het smartengeld afhankelijk van de ernst van de verwondingen.

 

7) Verlies van zelfwerkzaamheid

Het letselschade-slachtoffer kan door zijn/haar letsel niet meer in staat zijn zich/haar zelf te redden en bepaalde klussen in en rondom het huis uit te voeren. De Letselschaderaad heeft een richtlijn opgesteld om deze schadepost te berekenen. Dit wordt berekend aan de hand van formules uit die richtlijn, afhankelijk van de woonsituatie van het letselschade-slachtoffer en de mate van onderhoud die de woning vergt.

Als het slachtoffer bijvoorbeeld zelf zijn/haar auto repareerde en dat als gevolg van het letsel niet meer kan, dan kan het redelijke uurtarief van een door een garage uitgevoerde reparatie worden vergoed als schade.

 

8) Aanpassingen aan woonomgeving, auto, etc.

In sommige gevallen moeten er vanwege de ontstane letselschade noodzakelijke aanpassingen (verbouwingen) aan de woonomgeving worden uitgevoerd.  De hierbij komende kosten kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen om vergoed te worden.

 

9) Reis-, telefoon- en portokosten

De reiskosten in verband met het bezoek aan behandelend artsen (of andere reiskosten welke normaal niet gemaakt zouden zijn) kunnen voor vergoeding in aanmerking komen als ze in verband staan tot het opgelopen letsel.

10) Overige schadeposten

Andere schadeposten zoals aangepast vervoer e.d., kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. In feite kunnen bijna alle kosten welke uitsluitend als het gevolg van het letsel gemaakt zijn (en anders niet gemaakt zouden zijn), voor vergoeding in aanmerking komen.

 

11) Wettelijke rente (ART. 6:119 BW)

In geval van een verplichting tot schadevergoeding op grond van een ONRECHTMATIGE DAAD is de tegenpartij de WETTELIJKE RENTE zonder ingebrekestelling verschuldigd.

De hoofdregel is dat men wettelijke rente verschuldigd is ongeacht de grondslag voor de niet tijdig nagekomen verbintenis tot betaling van een geldsom. Meestal zal de grondslag een onrechtmatige daad zijn.

De wettelijk rente is een vooraf door de wet vastgestelde vergoeding voor een te late betaling of voor een nog openstaande vordering uit de schadesom. De hoogte van de wettelijke rente wordt middels een ALGEMENE MAATREGEL VAN BESTUUR (a.m.v.b.) vastgesteld. Vanaf het moment dat de benadeelde schade lijdt of zal lijden in zijn vermogen, heeft de benadeelde een opeisbare vordering op de aansprakelijke partij. Tot dat beide partijen het eens worden over de slotverrekening, kan er over het nog openstaande bedrag tevens de wettelijke rente worden opgeëist.

Tot 1 JANUARI 1992 moest de wettelijke rente nog verplicht worden aangezegd, maar met invoering van het nieuwe BURGERLIJK WETBOEK is de verplichting van wettelijke rente wettelijk vastgelegd.

 

12) Economische kwetsbaarheid

Hierbij is de vraag aan de orde in welke mate het slachtoffer schade ondergaat, doordat hij/zij tijdelijk of langdurig arbeidsongeschikt is geweest. Zit hij/zij in de WIA/ZIEKTEWET? Wat is de invloed van de duur van de revalidatie ofwel de huidige situatie op het oorspronkelijke carrièrepad?Wat waren de promotiekansen? Wat is de kans voor het slachtoffer om hier nadelige gevolgen van te ondervinden indien hij/zij elders solliciteert? Dit alles wordt uitgedrukt in ECONOMISCHE KWETSBAARHEID (ek).  In principe zijn deze kosten inbegrepen in de volledige post ‘verlies arbeidsvermogen’ (v.a.v.) en zullen deze vergoed dienen te worden.

Deze kosten kunnen in de toekomst ook aan de orde komen. Wanneer een letselschade-slachtoffer na het ongeval alsnog carrière of promotie maakt heeft men vaak een verhoging van het inkomen. De vraag is dan in hoeverre het slachtoffer deze ‘beter betaalde baan’ volhoudt (vanwege het letsel). Het slachtoffer is hierdoor nog steeds economisch kwetsbaar.

ANLB.nl - Knop 1
ANLB.nl - Knop 2
ANLB.nl - Knop 3
ANLB.nl - Knop 4
Je bent hier: