Aard ongeval levert informatie over letsels 

Bij ongevallen waarbij grote krachten in het spel zijn kunnen ernstige letsels optreden. Bijvoorbeeld een inwendige 

bloeding met shock na een autostuur in de buik. Een letsel dat zich al snel door de shock-verschijnselen zal 

verraden. Er zijn echter ook ernstige letsels die op straat minder duidelijk zijn. Door goed te kijken naar de aard van 

het ongeval en de daarbij gepaard gaande krachten kan een idee worden gevormd over mogelijk opgelopen letsels.  

 

De krachten die bij een val, slag of botsing op een voorwerp kunnen inwerken, doen dat ook op mensen.  

Deze kunnen daardoor een scala aan lichte tot zeer ernstige letsels oplopen.  

 

Een bekend natuurkundig begrip is de kinetische energie (KE). Deze KE wordt opgebouwd door de combinatie van 

massa en snelheid. Toename van massa, snelheid of een combinatie van beide bij beweging geeft toename van de 

kinetische energie. Vergroting van de massa heeft minder invloed dan de snelheid op de opgebouwde energie. Bij 

verkeersongelukken waarbij inzittenden van auto's betrokken zijn, zal de snelheid, naast de totale massa, van de 

auto meer invloed hebben op de opgebouwde kinetische energie dan het gewicht van het slachtoffer zelf. Wordt de 

snelheid verdubbeld, dan wordt de kinetische energie vier keer zo groot! Men kan daarom niet stellen dat een klein 

kind bij een botsing (krachtentechnisch gezien) minder risico loopt dan een volwassene in dezelfde auto.  

 

 

 Letsel doordat energie niet verdwijnt

Een belangrijke natuurwet is dat energie niet zo maar verdwijnt. Een auto die met hoge snelheid tegen een massieve 

muur aan rijdt staat uiteraard vrijwel direct stil. De opgebouwde KE van de auto wordt overgedragen op het chassis 

van het voertuig, de muur en de inzittenden. Een zelfde verhaal gaat op voor vallende slachtoffers of personen die 

door een slag, vallend voorwerp of kogel getroffen worden. De energie gaat over op het slachtoffer en kan daarbij 

mogelijk voor letsels zorgen. Een ander punt vormt de mate van afremming. Daarop is bijvoorbeeld de autogordel 

gebaseerd. Staat een object met bewegingsenergie in één keer stil dan gaat de maximale energie ook in één keer 

over op het object zelf en diens 'botspartner'. Treedt er daarentegen een afremtraject op dan vermindert de 

energieoverdracht. Hoe geleidelijker de energie kan worden afgegeven des te minder groot zijn de krachten die per 

tijdseenheid worden overgedragen. De zojuist genoemde autogordel vangt de voorover- schietende inzittenden op 

en remt de energie doeltreffend af. Eenzelfde voorbeeld bij een val uit een schommel. Een grasmat veert mee met 

het vallende kind waardoor de energie geleidelijk, en dus vaak zonder letsel van betekenis, afvloeit. Bestaat de vloer 

onder de schommel echter uit gewapend beton, dat niet meegeeft en alle energie in één keer doet overgaan, dan kan 

bij een val van zelfs geringe hoogte ernstig letsel ontstaan.  

 

Veranderingen bij impact  

Onder het begrip impact (Nederlands: inslag of botsing) wordt in dit verhaal een slag, stoot, val of botsing in relatie 

tot het ontstaan van lichamelijk letsel verstaan. Het effect van deze impact hangt af van de processen holtevorming, 

dichtheid van het object, de grootte van het oppervlak, vervorming en de grootte van het object.  

Als eerste de holtevorming. De mens bestaat voor 70 % uit water waardoor de meeste weefsels, op de benige 

structuren na, zacht en vervormbaar van aard zijn. Als een mens met kinetische energie tegen een object aanbotst of  

door een object geraakt wordt treedt holtevorming op. Het weefsel wordt als het ware uit positie geslagen waardoor 

een tijdelijke of permanente holte in het lichaam gevormd wordt. Wordt het weefsel alleen tijdelijk opgerekt dan 

ontstaat er een voorbijgaande holte. Vindt er verscheuring van weefsel plaats dan kan de holte permanent worden.  

Als voorbeeld een klap met een honkbalknuppel op de bil. Het vet- en spierweefsel vormt een tijdelijke holte doch 

veert al weer snel terug. Eventueel ontstaat er een blauwe plek (kneuzing) door het scheuren van een bloedvat.  

De dichtheid van het weefsel of de stof is bepalend voor de energieoverdracht. Hoe dichter de deeltjes op elkaar 

zitten des te groter de energieoverdracht. Wie met zijn vuist in een zak met veren slaat zal daar waarschijnlijk geen 

letsel aan over houden. Slaat dezelfde vuist tegen een solide houten deur dan ontstaan er pijn, kneuzing en mogelijk 

botbreuken. Een zelfde soort verhaal gaat op voor de grootte van het oppervlak bij impact. Messen, kogels en 

andere projectielen kunnen diep in het lichaam binnendringen. Een slag met een plank of een trap met een voet niet. 

Grotere objecten geven in de regel hun energie vooral aan de buitenkant af.  

Hoe groter het contactoppervlak is des te breder wordt de energie tijdens de impact verspreid. Bij een botsing een 

gunstige situatie 

Is bij een auto-ongeluk  de gehele voorzijde van het voertuig vervormd dan is de situatie gunstiger dan dat de 

vervorming alleen op de plaats van de bestuurder of passagier optreedt. Immers, in het eerste geval hebben de 

krachten zich over een groter oppervlak kunnen verdelen. 

Als laatste verandering bij impact de vervorming en eventuele bijbewegingen van het object of het voorwerp dat het 

slachtoffer trof. 

 

 

 

 

 

Treedt er vervorming op, dan verandert ook de overdracht van energie. Een deel van de energie zal gebruikt worden 

voor de vervorming van het object en treft daardoor niet het lichaam. Fragmenteert het object dan worden de kracht 

over een groter aantal deeltje verspreid. Een zachte sneeuwbal gooien doet geen kwaad. De bal vervormt en spat uit 

elkaar in onschuldige stukken. Een kei harde ijsbal doet daarentegen wel degelijk zeer en kan letsels veroorzaken.  

Bij kogels en andere projectie zijn de effecten van vervorming en fragmentatie uiterst schadelijk. Daar verhoogt de 

vervorming juist de schadelijke overdracht van energie op het lichaam. In Westerns ziet me: dan hoe de zachte 

loden kogel een groot gat in het slachtoffer slaat. Bij fragmentatie neemt naast een bredere energieoverdracht ook 

het getroffen lichaamsoppervlak en het aantal interne verwondingen toe. Ook het tuimelen van het projectiel door 

een lichaam verhoogt de afgifte van energie en vergroot daarmee de kans op letsels.  

 

Letsel door Stomp trauma  

Bij een zogenaamd stomp trauma (het veroorzakende object is niet scherp) treden er schadelijke effecten op door:  

 verandering in snelheid bij de impact en daarmee dus overdracht van energie op de onder- en achterliggende  

structuren 

 compressie, het samendrukken van weefsel.  

 

De verandering in snelheid  wordt zonder beschermende maatregelen volledig op het menselijk lichaam 

overgedragen. Er zijn drie mogelijkheden, versnelling, vertraging en verandering van richting van de snelheid met 

nog kort doorschieten in de oorspronkelijke bewegingsrichting. Ernstige stompe trauma's kunnen ontstaan bij 

botsingen en valpartijen. Een veel lichter voorbeeld is een kneuzing door een trap bij het voetballen tegen het 

scheenbeen.  

We gaan enkele voorbeelden van een stomp trauma bekijken. Stel de heer Jansen rijdt met circa vijfentwintig 

kilometer per uur met zijn fiets in een kuil op de openbare weg. De fiets komt daardoor acuut tot stilstand. De 

opgebouwde energie verplaatst zich naar het voorwiel dat vervormt en de onbeschermde heer Jansen. Jansen 

verandert in een soort menselijk projectiel en schiet naar voren. Nu valt vijfentwintig kilometer per uur nogal  

mee als men goed terechtkomt. Slaat Jansen echter met het hoofd naar voren tegen de trottoirrand dan zorgt het 

massieve beton voor een optimale energieoverdracht en wellicht ernstig schedelletsel. Die schedel is van stevig bot. 

De herseninhoud lijkt meer op een drilpudding en bovendien zitten de hersenen niet echt vast in de schedel.  

Door de klap zullen de hersenen naar voren vliegen en tegen de schedelwand aanklappen. Kans op zowel breuken in 

de schedel als een hersenschudding of kneuzing.  

Nu verplaatsen wij de ongelukkige Jansen in een auto die met tussen de zeventig en tachtig kilometer per uur op een 

stilstaande vrachtwagen botst. Beide voertuigen zullen gezien hun constructie meer of minder meegeven, maar in 

ieder geval ten nadele van het lichtere voertuig van de heer Jansen. Zonder autogordel verandert Jansen weer in het 

menselijk projectiel en het lichaam schiet met het hoofd naar voren richting voorruit en dashboard. In de meeste 

gevallen loopt dat slecht af. Ernstig schedelletsel, ingedrukte borstkas en waarschijnlijk ook gebroken ledematen en 

schade aan de wervelkolom. Soms kan er op het eerste gezicht weinig aan de hand zijn. Maar een breuk in de 

voorruit kan verraden dat de schedel daar tegenaan geslagen  kan zijn. Een blauwe plek op de borst wijst op impact 

en dan kan daarachter mogelijk holtevorming met het breken van ribben en inwendige bloeding schuilen. De nek 

vormt zoals bekend een kwetsbaar onderdeel van het lichaam door de grote mate van flexibiliteit. Weinig houdt het 

hoofd tegen als daar plotseling grote krachten op worden losgelaten. Buiging, draaiing, uitrekking en compressie 

bedreigen de banden, zachte weefsels en het skelet. Een aanrijding van achteren veroorzaakt een buiging naar voren 

en overrekking van de banden. Een zijdelingse impact geeft aan die zijde een buiging en draaiing van de nek. Een 

ander belangrijk punt is dat het hoofd al snel tegen een voorruit, de straat of ander object stopt terwijl het veel 

zwaardere lichaam nog in beweging is.  

Hierdoor kunnen het verscheuren van banden en het breken van wervels optreden 

 

Borstkas en buik                

 Bij een flinke botsing kunnen  ernstige letsels aan de borstkas en  buik optreden. Bij de aanrijding van de Heer 

Jansen zonder gordel komt het borstbeen met ribbenboog abrupt tot stilstand tegen het dashbord. Daarbij kunnen 

breuken optreden.  Het hart, de grote lichaamsslagaders en de longen zijn dan nog volop in beweging. Deze organen 

hangen vrij los en slingeren naar voren. Als de krachten groot genoeg zijn dan kunnen de grote vaten afscheuren en 

de longen samengedrukt worden. Het hart kan gekneusd reken en door het vollopen van het hartzakje (tamponade) 

niet meer goed bloed rondpompen, waren de longen op het moment van de klap gevuld met lucht dan kunnen zij als 

een papieren zak klappen. De EHBO-er die een stuur tegen de borst, geen autogordel ziet of verwondingen aan de 

borstkas aantreft dient rekening te houden met ernstig letsel en deze mogelijkheid aan de 112 alarmcentrale of 

ambulancebemanning door te geven. Regel 5 “het slachtoffer niet verplaatsen” is hier mede van toepassing. Dan 

kunnen deskundigen zien wat er gebeurd is en wat de juiste wijze van transport is. 

Ook de darmen, andere organen en grote vaten in de buik zijn losjes opgehangen. Ook zij zullen door een botsing 

weggeslingerd worden, Ook hier weer het afscheuren van structuren en vaten met kans op verbloeding. 

Bijvoorbeeld letsels van lever, milt, alvleesklier en darmen of het afscheuren van een nier met slagader. Dat behoeft 

niet direct zichtbaar te zijn. Reden genoeg om een slachtoffer van een flinke botsing te bewaken tot deskundige hulp 

arriveert. Let op het ontstaan van een verbloedingsshock!  

 

Letsel door Auto-ongevallen  

Er zijn allerlei soorten autobotsingen mogelijk. In dit hoofdstukje komen de belangrijkste vijf typen ter sprake. Door 

de wijze van botsen te herkennen kan een inschatting van de te verwachten letsels gemaakt worden.  

De frontale botsing is zojuist al ter sprake gekomen bij het naar voren schieten van het hoofd en lichaam. Dit naar 

voren schieten wordt de up and over genoemd. Een autogordel, airbag en vervormbare kooiconstructie kunnen bij 

botssnelheden tot zeventig kilometer per uur hierbij veel leed voorkomen.  

Een tweede beweging die een onbeschermd persoon kan doormaken is de zogenaamde down and under. Dat slaat 

niet op Australië, maar op het feit dat auto en inzittende door de botsing naar elkaar toe komen waardoor de 

inzittende zakt en gedeeltelijk onder het dashboard schiet. Hierdoor ontstaan letsels aan de knieën en benen terwijl 

het stuurwiel in de borstkas gedrukt kan worden. Knieverwondingen en geleidelijke bloedingen in dit gewricht 

worden nogal eens gemist door aandacht voor andere verwondingen. Een knie tegen het dashboard moet altijd door 

een deskundige bekeken worden. Beide ongevalstypen zijn een voorbeeld van plotselinge afremming.  

 

De aanrijding van achteren vormt een bekend ongeval bij files en stoplichten. Hierbij is sprake van een plotselinge 

versnelling, de krachten van het oprijdende voertuig worden omgezet in beweging van het aangereden voertuig met 

mensen. Degene die geen gordel draagt schiet als een raket naar voren tegen de voorruit. Ook hier weer letsel aan 

schedel, borstkas en buik. Een autogordel voorkomt deze versnelling van het lichaam zelf maar verhindert niet de 

bewegingen van het hoofd. Daarvoor zijn weer goede hoofdsteunen vereist die zorgen dat hoofd en lichaam bij 

elkaar blijven.  

Schiet de aangereden auto door en botst deze weer op een voorstaand voertuig dan dreigt het effect van een frontale 

botsing, men spreekt van een double impact met een extra verhoogde kans op letsels! Bij een geringe aanrijding van 

achteren zal de kooistructuur van de auto deze tweede botsing compenseren. 

 

 Een zijdelingse botsing was tot voor kort minder beschermd. Door de komst van balken en airbags in de portieren 

worden automobilist en passagiers gelukkig steeds beter beveiligd tegen een zijdelingse impact. Stond de auto stil 

tijdens de aanrijding dan treedt een grote versnelling op, wèg van de plaats van inslag. Een botsing links slingert de 

auto naar rechts. Ook hier biedt de autogordel (gedeeltelijk) bescherming door de krachten te absorberen. Een 

bijkomend probleem is de vervorming van het autoportier richting de inzittende. Daardoor kan de inhoud van borst 

en/of buik aan de getroffen zijde samengedrukt worden waardoor het slachtoffer als het ware aan de zijde van de 

botsing inknikt. Beschadiging van ribben, longen, lever (rechts), milt (links) en een gebroken sleutelbeen 

(compressie van de schouder) treden vaak op. Een laag gelegen impact kan breuken in het bekken veroorzaken.  

Bij hoge snelheden heeft het lichaam bescherming van de schouder & heupgordel maar het hoofd niet. Door buiging 

en draaiing van de nek kunnen gevaarlijke wervelletsels ontstaan. Denk verder aan verwondingen door botsing met 

andere inzittenden.  

Reed de auto nog ten tijde van de botsing dan wordt de klap over een breder oppervlak verdeeld. Er dreigen echter 

nieuwe botsingen totdat het getroffen slingerende of tollende voertuig stil staat.  

 

Het om de as draaien na een botsing veroorzaakt letsels die een combinatie vormen van de kwetsuren opgelopen bij 

een frontale en zijdelingse impact.  

De inzittenden worden blootgesteld aan rotatiekrachten die weer voor een belangrijk deel kunnen worden 

opgevangen door de autogordels.  

 

De meest onvoorspelbare botsing is het over de kop slaan. Hierbij moet de EHBO'er uitgaan van ernstige 

verwondingen door een groot aantal draaikrachten en vervorming van de auto zelf Het dragen van autogordels kan 

hierbij weer levensreddend zijn.  

 

Letselschade door Motorongevallen  

Bij de frontale botsing stopt de motorfiets acuut terwijl de berijder de kinetische energie vrijwel onbeschermd over- 

neemt. Het slachtoffer schiet naar voren en omhoog met het stuur ter hoogte van de heupgewrichten. Botbreuken 

van de beide bovenbenen treden bij hoge snelheden veelvuldig op. Zwelling, kneuzing en verwonding op de 

bovenbenen zijn altijd verdacht. In het ernstigste geval wordt de motorrijder van zijn of haar voertuig gelanceerd en 

komt pas tot stilstand als er een ander voorwerp geraakt wordt. Het behoeft geen betoog dat de combinatie hoge 

projectiesnelheid in combinatie met het gewicht en tuimeling van het lichaam al snel ernstige breuken, wervelletsel, 

inwendige verbloeding en zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.  

Bij een zijdelingse botsing, vaak met een autoportier of bumper, is het onderbeen en/of de enkel de klos. Ook hierbij 

treden er vaak breuken en/of flinke kneuzingen op.  

Uiteraard zijn motorrijders geprepareerd op ongevallen. De helm biedt een goede bescherming tegen 

schedeltraurma maar veelal niet tegen nekletsels. Door schuin over de weg te schuiven (het laying the bike down), 

wordt de impactenergie snel aan het asfalt afgegeven. De leren kleding en laarzen gaan schaafwonden en 

verbrandingen tegen. Wees toch bedacht op flinke ontvellingen en grotere brandwonden.  

 

 

Letsel door Voetganger-auto  

 

De snelheidsbeperkingen in woonwijken staan er niet voor niets. Tot dertig kilometer per uur zullen letsels ten 

gevolge van aanrijdingen autovoetganger relatief gering blijken. Met vijftig kilometer per uur worden zij al van 

(zeer) ernstige aard. En bij zeventig kilometer per uur verlopen veel ongevallen dodelijk! We kijken eerst naar de 

gebeurtenissen bij een aanrijding tussen een personenauto en een voetganger met een normale lengte. De bumper 

van de auto pakt de voetganger op de onderbenen (tot circa kniehoogte) en een enkele keer op de heupen. Daar- bij 

vallen flinke kneuzingen en breuken van het onderbeen te verwachten. Door de klap slaat het bovenlichaam met de 

bovenbenen tegen de motorkap. Hierbij kunnen dan breuken van de bovenbenen, heupen, ruggenwervels en ribben 

en/of interne bloedingen optreden. Tot slot werpen de botsingskrachten de voetganger weer van de auto af en tegen 

de straat. Omdat het hoofd voorgaat dreigen hersen- en nekletsels. Een akelige bijkomstigheid kan zijn dat het 

slachtoffer tot overmaat van ramp nog door een ander voertuig wordt overreden.  

Kinderen zijn korter dan volwassenen. Hoe kleiner het kind des te groter is de kans dat de bumper het bekken of 

lichaam in plaats van de benen raakt. De meeste letsels vindt men dan in ieder geval boven kniehoogte. Een 

waarschijnlijke volgorde is bumper tegen het bekken, borstkas slaat tegen de motorkap en kort daarna het hoofd en 

het gezicht. In tegenstelling tot de volwassene wordt het kind met een lagere massa niet in zijn geheel van de 

motorkap weggeslingerd maar blijft het vaak deels hangen of glijdt er vanaf. Daarbij kan het kind onder de auto r 

gesleept of nog eens extra overreden worden. Soms schiet het kind onder de auto.  

De EHBO'er kan bij een aanrijding met een kindslachtoffer uitgaan van de kans op flinke botbreuken en kneuzingen 

en/of interne bloedingen. Met name die interne bloedingen kunnen  pas na enige tijd duidelijk worden. Verder dient 

terdege rekening gehouden te worden met letsels aan het hoofd, nek en wervelkolom.  

 

Letsel door Vallen  

Het vallen van (grote) hoogte, behoort tot de meest voorkomende (privé) ongevallen in Nederland. Vaak zijn daarbij 

kleine kinderen betrokken maar ook klussende volwassenen en bejaarden vallen nog al eens hoog en hard. Bij het 

inschatten van de bij valpartijen aanwezige  krachten dient de EHBO'er rekening te houden met:  

•  de hoogte, bij meer dan drie maal de lengte van het slachtoffer valt bijna altijd ernstige letsel te verwachten;  

•  de aard van het materiaal waarop het slachtoffer terecht is gekomen en een eventuele  afremming door andere 

objecten tijdens de val;  

•  de manier waarop het slachtoffer tegen de grond is geslagen. Hoofd eerst? Voeten eerst? Op de rug? Op de buik? 

Op de zij? Wie op de voeten belandt kan gebroken enkel- en hielbeen letsels verwachten. Bij grote hoogten zullen 

de valkrachten ook onderbenen, knieën, bovenbenen en heupen doen breken. Het lichaam en hoofd slaan door klap 

naar voren waardoor de wervels ingedrukt worden en kunnen breken.  

 

Een slachtoffer dat op de handen valt breekt eerst de polsen, daarna de armen en vervolgens kunnen er breuken in 

het sleutelbeen en schouders ontstaan. Komt het slachtoffer op het hoofd neer, met het lichaam er achteraan, dan 

dreigt de gebroken nek. Een bekend voorbeeld is het duiken in ondiep water. Bij een val op een zijde ontstaan 

breuken van ribben, armen of benen en de wervelkolom. Voor de EHBO'er is het van belang om direct de vitale 

functies te controleren zonder het slachtoffer te bewegen. Uiteraard gaan adem- en/of hartstilstand voor op een 

mogelijk wervelletsel. Pas op met de stabiele zijlip ging en de ademweg vrijhouden als er verdenking op 

nek/wervelletsel is. Alleen bij absolute noodzaak uitvoeren!  

 

Letsel door Ontploffingen  

Het blijkt dat ontploffingen 70% effectief zijn bij het maken van slachtoffers onder de aanwezige personen. Er zijn 

drie explosiefasen met elk hun eigen letsels te onderscheiden. De eerste fase betreft de letsels die ontstaan door de 

drukgolf van de explosie die het lichaam indrukt en via openingen het lichaam binnendringt. De kracht werkt met 

name op lucht/gashoudende organen in. Hierbij ontstaan longbloedingen, pneumothorax (klaplong), luchtembolie 

en schade aan het maagdarmkanaal. Slachtoffers kunnen ernstig inwendig letsel hebben opgelopen zonder dat dit 

van buitenaf te zien is. Wel zichtbaar zijn natuurlijk verbrandingen en bloederig schuim op de mond. De tweede 

fase van de explosie is die van het rondvliegend puin, glas en fragmentatie. Slachtoffers kunnen door een groot 

aantal rondvliegende projectielen getroffen worden. Veel voorkomende letsels zijn uitwendige wonden, 

verbranding, kneuzingen, afgerukte ledematen en breuken. De derde fase is die van het wegslingeren van het 

slachtoffer door de ontploffing. De hierbij opgelopen letsels zijn dezelfde als bij het weggeslingerd worden door een 

auto of een val van grote hoogte. Elk slachtoffer dat door een explosie getroffen wordt heeft ernstige verwondingen 

opgelopen totdat het tegendeel bewezen is. Bewaking van de vitale functies is een must. Aanspreken kan een 

probleem zijn: het slachtoffer werd door de knal vaak tijdelijk doof Shockverschijnselen en longproblemen kunnen 

pas na enige tijd zichtbaar worden.   

BEL GRATIS NEDERLANDS LETSELSCHADEBUREAU:   0800 - 2200200  /    INFO@ANLB.NL